Statuten Energiecoöperatie Holendrecht-Oost U.A.
OPRICHTING COÖPERATIE
Heden, 10 september 2026 verschenen voor mij, mr Maria Margaretha Elings-van Hooidonk, notaris met plaats van vestiging Zeist:
1. de heer @, wonende te @ Amsterdam, @,
2. @, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: mevrouw @ wonende te @ Amsterdam, @.
De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden bij deze akte een coöperatie op te richten, waarvoor de volgende statuten zullen gelden:
BEGRIPSBEPALINGEN
1. In deze statuten hebben de volgende begrippen de daarachter vermelde
betekenis:
(a) algemene vergadering: de algemene vergadering als orgaan van de coöperatie, alsook bijeenkomsten van dit orgaan;
(b) bestuur: het bestuur van de coöperatie;
(c) bestuurslid: een bestuurslid van de coöperatie;
(d) coöperatie: de coöperatie waarvan de interne organisatie wordt beheerst door deze statuten;
(e) lid/leden: een lid/de leden van de coöperatie;
(f) lidmaatschap: het lidmaatschap van de coöperatie;
(g) samenwerkingsverband: een maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap of een andere rechtsvorm die hiervoor in de plaats komt of hieraan wordt toegevoegd door wijziging van de wet, indien en voor zover deze geen rechtspersoonlijkheid heeft.
2. Onder "schriftelijk" wordt in deze statuten tevens verstaan: per e-mail, of via enig ander telecommunicatiemiddel dat in staat is geschreven tekst leesbaar en reproduceerbaar over te brengen. What’s app, Signal dan wel sociale media worden hier niet onder begrepen.
3. Tenzij uit de context anders volgt, hebben woorden die in het enkelvoud zijn geformuleerd tevens betrekking op de meervoudsvorm en vice versa.
4. Verwijzingen naar artikelen zijn verwijzingen naar artikelen van deze statuten tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven.
NAAM, ZETEL, EN DUUR
Artikel 1
1. De coöperatie draagt de naam: Energiecoöperatie Holendrecht-Oost U.A.
Zij wordt in deze statuten aangeduid met de coöperatie.
2. Zij heeft haar zetel in Amsterdam.
3. De coöperatie is opgericht voor onbepaalde tijd.
DOEL
Artikel 2
1. De coöperatie beschouwt zichzelf als energiegemeenschap, zoals omschreven in de Energiewet, en zal zich gedragen naar deze omschrijving.
De coöperatie oriënteert zich op de implementatie in het Nederlandse recht van het begrip warmtegemeenschap in de Wet Collectieve Warmte, en beschouwt zichzelf als een warmtegemeenschap.
2. De coöperatie heeft als doel om krachtens overeenkomsten met haar leden activiteiten op het gebied van energie te verrichten om hen te voorzien in hun gezamenlijke behoefte: een gebalanceerde duurzame energievoorziening die milieu, economische of sociale gemeenschapsvoordelen oplevert voor haar leden in de gemeente Amsterdam, de wijk Holendrecht-Oost. De coöperatie is niet gericht op het maken van winst.
3. Zij voert daartoe (al dan niet via dochtermaatschappijen) ten behoeve van haar leden een bedrijf uit gericht op:
a. het versterken van maatschappelijk en civiel eigenaarschap in het kader van de energietransitie naar een duurzame samenleving;
b. het bevorderen van een wet- en regelgevend kader voor het verkrijgen van omstandigheden die gunstig zijn voor de ontwikkeling van coöperatieve duurzame energieprojecten, zoals wind-, zon- en warmteprojecten;
c. het actief betrekken van burgers en bedrijven in het werkgebied van de coöperatie bij:
1. de exploitatie en het gebruik van op land en zee beschikbare duurzame energiebronnen;
2. het gebruik van energie in de gebouwde omgeving;
3. de opwekking en gebruik van duurzame warmte, met lage en/of hoge temperatuur, ten behoeve van de gebouwde omgeving;
4. de verduurzaming van mobiliteit;
5. het in de toekomst worden van een gemeenschap van mensen die alle soorten energie die ze gebruikt zelf individueel en of collectief opwekt, zelf individueel of collectief opslaat en toewerkt naar gericht gebruik van energie op momenten dat het beschikbaar is;
d. het ontwikkelen, financieren, realiseren en in stand houden van duurzame energievoorzieningen;
e. productie en levering van duurzame energie (inclusief opwekking van hernieuwbare energie);
f. de organisatie van transport, afname en verbruik van energie;
g. de afstemming van vraag naar en aanbod van duurzame energie; en
h. energiebesparing.
4. De coöperatie kan overeenkomsten die zij met haar leden sluit ook met anderen aangaan maar zij mag dat niet in een zodanige mate doen, dat de overeenkomsten met de leden slechts van ondergeschikte betekenis zijn.
5. De coöperatie tracht haar doel onder meer te bereiken door:
a. het investeren in één of meer windturbines, zonnevelden en/of andere duurzame energiebronnen in het werkgebied van de coöperatie;
b. het aankopen, beheren en (doen) onderhouden en exploiteren (van een deel) van één of meer windturbines, zonnevelden en/of andere duurzame energiebronnen in de uitgebreidste zin ten bate en voor rekening van haar leden;
c. het (doen) leveren van wind- en zonne-energie en andere vormen van hernieuwbare energie aan de leden;
d. het (doen) bijhouden van een administratie waaruit blijkt hoeveel de energieproductie bedraagt van de energieopwekkingsinstallatie(s) van het bedrijf van de coöperatie;
e. het ontwikkelen en zorgen voor toegang tot financiële instrumenten ter ondersteuning van de ontwikkeling van een coöperatieve duurzame
energievoorziening in handen van de leden;
f. het samen met de leden innoveren en ontwikkelen van nieuwe instrumenten die de leden in staat stellen op een professionele manier een energieketen van productie tot levering en de bijbehorende financiële stromen in eigendom te bedrijven;
g. het deelnemen in dochtermaatschappijen en andere ondernemingen;
h. het verstrekken van zekerheden en garanties voor haar eigen schulden alsmede voor verplichtingen van dochtermaatschappijen,
groepsmaatschappijen, coöperaties en samenwerkingsverbanden waarvan zij lid of vennoot is, en van deelnemingen; en
i. alles wat aan het doel bevorderlijk kan zijn.
LIDMAATSCHAP
Artikel 3
1. Leden van de coöperatie kunnen slechts zijn natuurlijke personen, microondernemingen, kleine ondernemingen, middelgrote ondernemingen of lokale openbare lichamen. Per huishouden kan maar één (1) persoon lid van de coöperatie zijn.
2. Wie als lid tot de coöperatie wenst toe te treden, richt daartoe een schriftelijk verzoek tot het bestuur. De coöperatie ziet erop toe dat het lidmaatschap is gebaseerd op vrijwillige en open deelname met gelijk stemrecht voor de leden. Een rechtspersoon overlegt bij zijn verzoek tevens een exemplaar van de voor hem dan geldende statuten en een actueel uittreksel uit het handelsregister.
3. Het bestuur heeft het recht een verzoek om als lid tot de coöperatie toe te treden, toe of af te wijzen. In het huishoudelijk reglement kunnen nadere criteria voor het lidmaatschap worden vastgesteld.
Het bestuur zal erop toezien dat de feitelijke zeggenschap berust bij leden die zijn gevestigd in de nabije omgeving van de collectieve warmtevoorziening die in eigendom is van en ontwikkeld is door de coöperatie. Degene, die niet als lid is aangenomen, heeft recht op beroep op de algemene vergadering, nadat het bestuur hem schriftelijk bericht van zijn afwijzing heeft gezonden. Dit beroep wordt schriftelijk ingediend ten kantore van de coöperatie.
4. De aanvrager van het lidmaatschap is gehouden één exemplaar van de (actuele model-) ledenovereenkomst ondertekend en gedagtekend aan de coöperatie te sturen.
5. Het lidmaatschap vangt niet eerder aan dan nadat aan het bepaalde in het vorige lid door de aanvrager is voldaan en het bestuur het lidmaatschap heeft bevestigd.
Artikel 4
1. Het lidmaatschap van een samenwerkingsverband omvat het gezamenlijke lidmaatschap van de vennoten in het samenwerkingsverband. Het stemrecht van de vennoten in een samenwerkingsverband wordt namens de vennoten uitgeoefend door een van de vennoten krachtens volmacht aan die vennoot verstrekt overeenkomstig het hierna in lid 3 bepaalde.
2. Rechtspersonen zijn voor toelating als lid verplicht de naam en het adres van haar tegenover de coöperatie tot vertegenwoordiging bevoegde bestuurder aan het bestuur mede te delen.
3. Samenwerkingsverbanden zijn voor toelating als lid verplicht de naam en het adres van hun tegenover de coöperatie tot vertegenwoordiging bevoegde vennoot aan het bestuur mede te delen.
4. Indien de vertegenwoordiger, als hiervoor bedoeld, als zodanig defungeert is het lid gehouden een andere vertegenwoordiger aan te wijzen en die aanwijzing, met naam en adres van die vertegenwoordiger, aan het bestuur mede te delen.
Artikel 5
Er is een ledenregister bij de coöperatie, dat bevat de naam en adres van elk lid en dagtekening van ieders toetreding. Dit register is doorlopend en wordt door het bestuur nauwkeurig en naar de orde des tijds bijgehouden. Tevens wordt in dit register de datum en wijze van elke lidmaatschapsbeëindiging vermeld. Het register schept, behoudens tegenbewijs, volledig bewijs voor het lidmaatschap. Het lid is verplicht gegevens vereist voor het ledenregister aan de coöperatie te verstrekken.
BEËINDIGING EN/OF OVERDRACHT VAN HET LIDMAATSCHAP
Artikel 6
a. Het lidmaatschap eindigt door zijn/haar overlijden, wanneer het lid een natuurlijk persoon is; bij reglement, vast te stellen door de algemene vergadering kunnen nadere regels worden gegeven ten aanzien van een eventuele voortzetting/overname van het lidmaatschap door personen
behorende tot het huishouden van de overledene;
b. wanneer het lid een rechtspersoon is, doordat deze heeft opgehouden te bestaan of door beëindiging van het samenwerkingsverband;
c. opzegging door het lid, overeenkomstig artikel 7;
d. opzegging door het bestuur, ingevolge artikel 8;
e. ontzetting uit het lidmaatschap, overeenkomstig artikel 9;
1. Het lidmaatschap van een rechtspersoon dan wel een samenwerkingsverband eindigt met dag waarop de rechtspersoon is opgehouden te bestaan dan wel het samenwerkingsverband is beëindigd.
2. Bij het eindigen van het lidmaatschap vervallen alle daaraan verbonden rechten.
Artikel 7
1. Een lid kan te allen tijde zijn lidmaatschap opzeggen, terwijl hij daartoe verplicht is wanneer hij niet meer voldoet aan de vereisten die voor het lidmaatschap zijn gesteld.
2. De opzegging door een lid kan geschieden zonder opzegtermijn.
3. Opzegging vindt plaats door een daartoe strekkende gedagtekende en door het uittredende lid ondertekende verklaring.
Het bestuur verstrekt het uittredende lid een schriftelijke bevestiging van de opzegging.
4. Het lid kan zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem is bekend geworden of meegedeeld dat een besluit is genomen tot omzetting van de coöperatie in een andere rechtsvorm of tot splitsing of fusie.
5. In afwijking van het bepaalde in artikel 36 lid 3 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek, kan een lid zich door opzegging van zijn lidmaatschap niet onttrekken aan een besluit dat wijziging brengt in de geldelijke rechten en verplichtingen.
Artikel 8
1. Het bestuur kan het lidmaatschap opzeggen:
a) wanneer een lid niet meer voldoet aan de vereisten die aan het lidmaatschap in artikel 3 lid 1 worden gesteld en nalaat zijn lidmaatschap op te zeggen;
b) wanneer redelijkerwijs van de coöperatie niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
c) wanneer een lid in staat van faillissement komt te verkeren, indien hem surseance van betaling wordt verleend;
d) indien een lid-rechtspersoon is ontbonden.
2. De opzegging geschiedt door het bestuur en wel schriftelijk, onder vermelding van de reden en van dagtekening.
3. Het bestuur is verplicht om zo spoedig mogelijk van deze opzegging aantekening te doen in het ledenregister.
4. Opzegging van het lidmaatschap door het bestuur wegens het bepaalde in lid 1 sub a en b kan slechts geschieden met inachtneming van een voorafgaande opzegtermijn van ten minste één maand. Opzegging van het lidmaatschap door het bestuur wegens het bepaalde in lid 1 sub c, en d kan geschieden met onmiddellijke ingang.
5. De beoordeling of een lid niet meer voldoet aan de vereisten die aan het lidmaatschap worden gesteld zoals omschreven in lid 1 van dit artikel, berust uitsluitend bij het bestuur.
Artikel 9
1. Ontzetting uit het lidmaatschap kan geschieden door het bestuur, indien een lid:
a. in strijd handelt met de statuten, reglementen of besluiten van (een orgaan van) de coöperatie; dan wel
b. de coöperatie op onredelijke wijze benadeelt.
Het desbetreffende besluit van het bestuur wordt genomen met een meerderheid van twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders, in een vergadering waarin tenminste de helft van het aantal bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is, evenwel niet dan nadat aan het betrokken lid de gelegenheid is geboden om zich in een vergadering van het bestuur te verantwoorden en te verdedigen.
2. Het bestuur doet van het besluit bij aangetekend schrijven mededeling aan het lid waarbij wordt vermeld de feiten waarop de ontzetting is gegrond. Het lid heeft gedurende een maand na verzending van het in de vorige zin bedoelde schrijven recht van beroep op de algemene vergadering. Gaat het lid, dat uit zijn lidmaatschap is ontzet, niet tijdig in beroep, dan eindigt het lidmaatschap acht dagen nadat de termijn van beroep is verstreken. Wordt een ingesteld beroep door de algemene vergadering verworpen, dan eindigt het lidmaatschap op de dag waarop de algemene vergadering daartoe besluit.
3. Zolang op het beroep niet is beslist en zolang het beroep kan worden ingesteld, is het lid geschorst. Tijdens deze schorsing is het lid gehouden al zijn verplichtingen jegens de coöperatie na te komen tot het tijdstip waarop de ontzetting definitief is geworden of het besluit tot ontzetting is verworpen.
4. Een geschorst lid is niet bevoegd stemrecht uit te oefenen.
Artikel 10
1. Het bestuur kan een lid dat handelt of nalaat in strijd met de statuten, reglementen of een besluit van de coöperatie, of de coöperatie op onredelijke wijze benadeelt, schorsen voor een periode van ten hoogste drie maanden en kan deze schorsing eenmaal met ten hoogste drie maanden verlengen. Het bestuur stelt het betrokken lid ten spoedigste schriftelijke van het besluit in kennis onder opgave van redenen.
2. De betrokkene is bevoegd binnen dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering.
3. Een geschorst lid verliest gedurende de termijn van de schorsing zijn stemrecht binnen de algemene vergadering.
Artikel 11
Van de toetredende leden kan contributie worden geheven, waarvan het bedrag bij besluit van de algemene vergadering wordt vastgesteld.
Artikel 12
Elke aansprakelijkheid van de leden en/of de oud-leden voor een tekort van de coöperatie door ontbinding of andere oorzaak is uitgesloten.
Artikel 13
1. Een besluit van de coöperatie tot wijziging van de in artikel 2:36 lid 3 Burgerlijk Wetboek bedoelde geldelijke rechten en verplichtingen van de leden geeft het lid niet de bevoegdheid het lidmaatschap met onmiddellijke ingang op te zeggen. Het betreffende besluit is van toepassing op alle leden.
2. De coöperatie is bevoegd vorderingen, uit welke hoofde dan ook, die de coöperatie op een lid en oud-lid mocht hebben, te verrekenen met vorderingen van het lid en het oud-lid op de coöperatie, ongeacht de opeisbaarheid van eerst vermelde vorderingen.
DE ORGANISATIE VAN DE COÖPERATIE
Artikel 14
De coöperatie kent twee organen:
1. het bestuur en
2. de algemene vergadering.
BESTUUR
Artikel 15
1. Het bestuur is belast met het besturen van de coöperatie. Iedere bestuurder is tegenover de coöperatie verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.
2. Bij de vervulling van hun taak richten het bestuur zich naar het belang van de coöperatie en de met haar verbonden onderneming.
3. Het bestuur kan in een bestuursreglement nadere regels vaststellen omtrent de besluitvorming en werkwijze van het bestuur. In dat kader kan het bestuur onder meer bepalen met welke taak iedere bestuurder in het bijzonder zal zijn belast.
4. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid ook onderdelen van zijn taak te doen voorbereiden of uitvoeren door één of meer commissies die door het bestuur worden benoemd.
5. Het bestuur bestaat uit minimaal twee personen. Het aantal bestuurders wordt door de algemene vergadering vastgesteld. De bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd en kunnen tevens door de algemene vergadering worden geschorst en ontslagen.
6. Bestuurders van de coöperatie zijn natuurlijke personen. De algemene vergadering kan na overleg met het bestuur een profielschets van de bestuurders casu quo het bestuur vaststellen. Bestuurders kunnen ook nietleden van de coöperatie zijn. De meerderheid van de bestuurders dient lid van de coöperatie te zijn.
7. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en penningmeester aan. Door eenzelfde persoon kunnen meerdere functies worden ingevuld.
8. Een bestuurslid wordt benoemd voor een termijn van maximaal vier jaren. Aansluitend bestaat nog tweemaal de mogelijkheid tot herbenoeming voor een termijn van telkens maximaal vier jaren. Het bestuur maakt een rooster van aftreden.
9. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Het bestuur draagt er zorg voor dat de algemene vergadering zo spoedig mogelijk in de vacatures kan voorzien.
10. In geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders zijn de overblijvende bestuurders of is de enig overblijvende bestuurder met het gehele bestuur belast.
11. In geval van belet of ontstentenis van alle leden van het bestuur of het enige lid van het bestuur berust het bestuur van de coöperatie tijdelijk bij een door de algemene vergadering daartoe aangewezen persoon. Voor de gedurende deze periode verrichte daden van bestuur wordt de aangewezen persoon met een lid van het bestuur gelijkgesteld. In vacatures dient zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is te worden voorzien.
12. Voor de berekening van benodigde meerderheden en quora worden niet meegeteld de leden van het bestuur die met belet of ontstentenis zijn of die een tegenstrijdig belang hebben.
13. Indien een lid van het bestuur een direct of indirect belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de coöperatie, dient hij dit te melden aan de overige leden van het bestuur. Een lid van het bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming, indien hij daarmee een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de coöperatie en de met haar verbonden onderneming. Wanneer hierdoor geen besluit genomen kan worden, wordt het besluit genomen door de algemene vergadering.
14. Het uitgangspunt is dat het bestuur geen vergoeding voor zijn werkzaamheden ontvangt. De algemene vergadering kan echter bij besluit een vergoeding toekennen aan de leden van het bestuur voor de door hen in het belang van de coöperatie verrichte werkzaamheden.
Artikel 16
1. Een bestuurslidmaatschap eindigt:
a. door vrijwillig aftreden;
b. door verloop van de termijn waarvoor het bestuurslid is benoemd;
c. door overlijden;
d. door ontslag van het bestuurslid op grond van een besluit van de algemene vergadering;
e. wanneer het bestuurslid of het lid waartoe hij behoort in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surseance van betaling verkrijgt;
f. door zijn ondercuratelestelling of door een rechterlijke beslissing waarbij als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand een bewind over één of meer van zijn goederen wordt ingesteld;
g. wanneer het bestuurslid op enig moment geen vertegenwoordiger van een lid-rechtspersoon dan wel vennoot van een lidsamenwerkingsverband meer is, terwijl hij wel in die hoedanigheid tot bestuurslid is benoemd. Indien het bestuur echter een voorstel hiertoe doet, kan de algemene vergadering op de eerstvolgende vergadering besluiten het desbetreffende bestuurslid te herbenoemen. Het bepaalde in artikel 15 lid 5 laatste volzin is hierbij van toepassing.
2. Een bestuurslid kan te allen tijde door de algemene vergadering worden geschorst. De schorsing beloopt ten hoogste drie maanden en kan door de algemene vergadering eenmaal met die termijn worden verlengd. Volgt gedurende de schorsing geen ontslag, dan is de schorsing na het verloop van de termijn geëindigd. Het bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de betreffende algemene vergadering te verantwoorden en kan zich daarin door een raadsman laten bijstaan.
Artikel 17
1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats, met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend, onder opgave van de dag, het aanvangstijdstip en de plaats van de vergadering en van de te behandelen onderwerpen (agenda). De bestuurder die voor dit doel een adres aan de coöperatie bekend heeft gemaakt kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht. 3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept.
4. Als wordt gehandeld in strijd met een van de bepalingen van de twee vorige leden kan het bestuur toch rechtsgeldige besluiten nemen, als alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
5. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. De besluiten van het bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
6. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de secretaris of een daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. De notulen worden in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.
7. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen als alle bestuurders zich schriftelijk voor het voorstel hebben verklaard.
8. Een bestuurder kan aan een vergadering van het bestuur deelnemen door middel van een elektronisch communicatiemiddel, mits:
a. hij kan worden geïdentificeerd door middel van dat elektronisch communicatiemiddel;
b. hij rechtstreeks kennis kan nemen van de verhandelingen ter vergadering door middel van dat elektronisch communicatiemiddel;
c. hij kan deelnemen aan de beraadslaging door middel van dat elektronisch communicatiemiddel;
d. hij zijn stemrecht kan uitoefenen door middel van dat elektronisch communicatiemiddel; en
e. het betrokken elektronische communicatiemiddel is goedgekeurd door het bestuur.
9. Het bestuur kan een lijst opstellen van elektronische communicatiemiddelen die zijn goedgekeurd voor het bijwonen, toespreken en uitoefenen van het stemrecht in vergaderingen van het bestuur.
10. Een bestuurder die door middel van een elektronisch communicatiemiddel deelneemt aan de vergadering, wordt geacht bij de vergadering aanwezig te zijn.
Artikel 18
1. Het bestuur kan, met behoud van eigen verantwoordelijkheid, zijn bevoegdheden geheel of gedeeltelijk mandateren. In een reglement wordt vastgelegd welke taken en bevoegdheden het bestuur mandateert en aan wie.
2. Het bestuur, alsmede twee bestuurders gezamenlijk, zijn bevoegd de coöperatie in en buiten rechte te vertegenwoordigen. Zij kunnen zich daarbij door een schriftelijk gemachtigde doen vertegenwoordigen.
ALGEMENE VERGADERING
Artikel 19
1. De oproep van de algemene vergadering geschiedt schriftelijk met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen.
2. Op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende gedeelte der stemmen in de algemene vergadering, is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van een verzoek.
3. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bestuur de algemene vergadering bijeenroept.
4. Indien het bestuur dit heeft bepaald en dit bij de oproeping is vermeld, kan een lid aan de algemene vergadering deelnemen, daarin het woord voeren en het stemrecht uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel, mits:
a. hij kan worden geïdentificeerd door middel van dat elektronisch communicatiemiddel;
b. hij rechtstreeks kennis kan nemen van de verhandelingen ter vergadering door middel van dat elektronisch communicatiemiddel;
c. hij kan deelnemen aan de beraadslaging door middel van dat elektronisch communicatiemiddel;
d. hij zijn stemrecht kan uitoefenen door middel van dat elektronisch communicatiemiddel; en
e. het betrokken elektronische communicatiemiddel is goedgekeurd door het bestuur.
Stemmen die voorafgaande aan de algemene vergadering via een elektronisch communicatiemiddel worden uitgebracht, doch niet eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering, worden gelijkgesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering worden uitgebracht.
Artikel 20
1. Toegang tot de algemene vergadering hebben de vertegenwoordigers als in artikel 4 bedoeld, de (vertegenwoordigers van) de leden en de personen die deel uitmaken van de organen van de coöperatie, alsmede degenen die daartoe door de algemene vergadering zijn toegelaten.
De voorzitter en secretaris van het bestuur treden als zodanig ook op in de algemene vergadering.
2. Voor de leden-rechtspersonen en de leden-samenwerkingsverbanden wordt het stemrecht uitgeoefend door een in de vergadering aanwezige vertegenwoordiger als in artikel 4 bedoeld.
3. Een lid heeft het recht één stem uit te brengen.
4. Over personen dient te allen tijde schriftelijk gestemd te worden. Stemmingen over zaken kunnen mondeling geschieden, tenzij een lid schriftelijke stemming verlangt.
5. Alle besluiten waaromtrent bij de wet of bij deze statuten geen gekwalificeerde meerderheid is voorgeschreven, worden genomen bij
volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen en stemonthoudingen gelden niet als uitgebrachte stem.
6. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen.
7. Er kan niet over meerdere voorstellen of vacatures tegelijk worden gestemd. Zijn er meerdere amendementen op een voorstel ingediend dan wordt het eerst gestemd over het meest vergaande en het laatst over het minst vergaande. Indien bij verkiezing tussen meer dan twee personen niemand een volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt herstemd tussen de twee personen, die het hoogst aantal stemmen kregen, zo nodig na tussenstemmingen, tot dat een persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen.
Artikel 21
1. Van het ter algemene vergadering verhandelde worden door of namens het bestuur notulen gemaakt. Deze notulen worden door de algemene vergadering in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.
2. Een lid kan zich bij volmacht doen vertegenwoordigen door een ander lid. Een in dit lid bedoelde gemachtigde kan slechts één ander lid vertegenwoordigen
Artikel 22
1. Aan de algemene vergadering komen in de coöperatie de volgende bevoegdheden toe:
a. wijziging van de statuten, juridische fusie en juridische splitsing;
b. benoeming, schorsing en ontslag van bestuurders;
c. vaststelling van de jaarrekening, het jaarplan en de begroting;
d. vaststelling van de contributie;
e. bestemming van de winst en het doen van uitkeringen;
f. verlening van kwijting aan bestuurders;
g. vaststelling van de eventuele bezoldiging van bestuurders;
h. het fungeren als beroepsinstantie bij opzegging aan en ontzetting van leden;
i. ontbinding van de coöperatie;
j. alle bevoegdheden die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. De goedkeuring van de algemene vergadering is vereist voor besluiten van het bestuur betreffende:
a. de jaarbegroting en het strategieplan van de coöperatie;
b. het aangaan van investeringsverplichtingen die niet in de jaarbegroting
of het strategieplan zijn opgenomen of de daarin opgenomen bedragen te boven gaan;
c. deelneming in andere ondernemingen of rechtspersonen;
d. het uitoefenen van stemrecht op aandelen in een dochtervennootschap tenzij dit de benoeming, schorsing of ontslag van een bestuurder van de dochtervennootschap betreft;
e. de uitgifte van participaties als bedoeld in artikel 24 lid 5.
Artikel 23
1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de coöperatie als bedoeld in artikel 360 lid 3 Boek 2 Burgerlijk Wetboek, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vier maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op. De opgemaakte jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders. Ontbreekt de handtekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
2. Het bestuur legt de opgemaakte jaarrekening en de krachtens artikel 392 lid 1 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek toe te voegen gegevens vanaf de oproep conform artikel 23 voor de algemene vergadering bestemd tot behandeling van de jaarrekening, ten kantore van de coöperatie ter inzage voor de leden. De leden kunnen kosteloos een afschrift van deze stukken verkrijgen. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering die het bestuur uiterlijk een maand na afloop van de termijn zoals genoemd in lid 1 doet houden.
3. Wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan de algemene vergadering niet overlegd een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 Lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, dan benoemt de algemene vergadering jaarlijks een kascommissie van ten minste twee (2) leden die geen deel van het bestuur uitmaken. De kascommissie onderzoekt de stukken bedoeld in lid 1 en lid 2 en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de coöperatie voor raadpleging beschikbaar te stellen. De last van de kascommissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere kascommissie.
GELDMIDDELEN
Artikel 24
1. De coöperatie kan jaarlijks een door de algemene vergadering vast te stellen contributie als bedoeld in artikel 11 van de leden heffen. De geldmiddelen van de coöperatie kunnen daarnaast gevormd worden door:
a. entreegeld;
b. inkomsten uit werkzaamheden van de coöperatie;
c. bijzondere heffingen opgelegd door de algemene vergadering;
d. het aangaan van leningen of het opnemen van gelden in lopende rekening;
e. leningen van leden, onder de voorwaarden en bedingen als geregeld in een algemeen participatiereglement als bedoeld in artikel 24 lid 5 en een eventueel specifiek participatiereglement;
f. het vormen van een reservefonds of andere fondsen;
g. het ontvangen van een dividenduitkering van een deelneming;
h. subsidies;
i. overige verkrijgingen, zoals bijvoorbeeld schenkingen, erfstellingen en legaten, zulks met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het recht van boedelbeschrijving;
j. overige bijdragen.
2. Afgezien van contributie en entreegeld kan de coöperatie niet eenzijdig, per besluit, enige verplichting aan de leden opleggen om financieel of in natura bij te dragen. Wel kan de coöperatie eisen stellen aan de wijze waarop activiteiten in coöperatieverband moeten worden uitgevoerd.
3. De vaststelling van contributie of entreegeld geschiedt uitsluitend op voorstel van het bestuur.
4. Hetgeen naar het oordeel van het bestuur met betrekking tot de contributie of het entreegeld algemene regeling behoeft, wordt geregeld in het huishoudelijk reglement.
5. Tot uitgifte van participaties kan worden besloten door het bestuur, welk besluit goedkeuring behoeft van de algemene vergadering. De nadere voorwaarden ter zake de uitgifte van participaties kunnen worden geregeld in een algemeen participatiereglement, dat door het bestuur na voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering wordt vastgesteld. Het bestuur kan met inachtneming van het algemene participatiereglement besluiten een specifiek participatiereglement op te stellen.
Artikel 25
1. Zonder afbreuk te doen aan het bepaalde in lid 2 van dit artikel, wordt de blijkens de vastgestelde jaarrekening behaalde winst besteed overeenkomstig het doel van de coöperatie en/of gereserveerd voor de groei en continuïteit van het bedrijf dat de coöperatie uitoefent.
2. Terugbetalingen en andere uitkeringen uit de behaalde winst waartoe de coöperatie zich ingevolge een eventuele uitgifte van participaties heeft verplicht, hebben voorrang op de reserveringen bedoeld in lid 1, echter zonder afbreuk te doen aan het bepaalde in lid 3 en het overigens in deze statuten bepaalde.
3. Terugbetalingen en andere uitkeringen uit de behaalde winst blijven achterwege indien en voor zover het bestuur weet of redelijkerwijs behoort te voorzien:
a. dat de coöperatie na betaling niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden; of
b. deze terugbetalingen of andere uitkeringen onverenigbaar zijn met financieringsvoorwaarden waaraan de coöperatie gebonden is.
4. In plaats van reservering zoals bedoeld in lid 1 kan een deel van de blijkens de vastgestelde jaarrekening behaalde winst worden gereserveerd in een of meer daartoe op voorstel van het bestuur door de algemene vergadering in te stellen (andere) bestemmingsreserves.
5. Reservering zoals bedoeld in lid 4 geschiedt op basis van een vooraf door het bestuur met instemming van de algemene vergadering bepaalde verdeelsleutel, dan wel op voorstel van het bestuur, door de algemene vergadering, zij het altijd met inachtneming van de verplichtingen bedoeld in lid 2.
6. Besteding van gelden uit een bestemmingsreserve zoals bedoeld in lid 4 is onderworpen aan goedkeuring van de algemene vergadering, en geschiedt op voorstel van een daartoe in te stellen commissie. Hetgeen ten aanzien van die commissie of (de besluitvorming over) de besteding van gelden uit een bestemmingsreserve naar het oordeel van het bestuur algemene regeling behoeft, wordt opgenomen in een reglement. Per bestemmingsreserve kan daartoe een afzonderlijk reglement worden vastgesteld.
7. Op besteding van gelden uit een bestemmingsreserve zoals bedoeld in lid 4 is het bepaalde in lid 3 van overeenkomstige toepassing.
8. De coöperatie is niet bevoegd tot uitkering van winst of reserves aan de leden, met uitzondering van de terugbetalingen en uitkeringen bedoeld in lid 2.
9. Blijkt uit de vastgestelde jaarrekening van de coöperatie een tekort dan wordt dat – voor zover mogelijk – ten laste gebracht van de reserve bedoeld in lid 1, en pas in laatste instantie ten laste van de bestemmingsreserve(s) bedoeld in lid 4.
STATUTENWIJZIGING
Artikel 26
1. In de statuten van de coöperatie kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene vergadering.
2. Tot vergadering wordt opgeroepen met de mededeling dat aldaar een wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor
oproeping tot een zodanige vergadering bedraagt ten minste zeven dagen.
3. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts genomen worden met ten minste twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen.
4. Een afschrift van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging(en) woordelijk is (zijn) opgenomen wordt op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage gelegd tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
FUSIE, SPLITSING EN OMZETTING
Artikel 27
De coöperatie kan besluiten tot fusie, splitsing dan wel omzetting van de coöperatie in een andere rechtsvorm overeenkomst artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het bepaalde in de wet, krachtens een besluit van de algemene vergadering, genomen op de wijze als in het artikel 26 is bepaald.
ONTBINDING EN VEREFFENING
Artikel 28
1. De coöperatie wordt ontbonden:
a. krachtens een besluit van de algemene vergadering, genomen op de wijze als in artikel 26 is bepaald;
b. door haar insolventie, nadat zij in staat van faillissement is verklaard.
2. In het in lid 1 sub a van dit artikel bedoelde geval is het bestuur met de vereffening van de boedel van de coöperatie belast.
3. Na het besluit tot ontbinding bevindt de coöperatie zich in liquidatie. De coöperatie blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zover mogelijk en nodig van
kracht. In stukken en aankondigingen die van de coöperatie uitgaan, moet ‘in liquidatie’ aan de naam van de coöperatie worden toegevoegd.
4. Een bij ontbinding van de coöperatie overblijvend positief liquidatiesaldo wordt verdeeld over degenen, die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid zijn van de coöperatie. De wijze van verdeling van een positief liquidatiesaldo wordt vastgesteld bij besluit van de algemene vergadering.
5. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De coöperatie houdt bij de vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het handelsregister.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Artikel 29
Het huishoudelijk reglement, dat geen bepalingen mag bevatten in strijd met de statuten van de coöperatie, wordt door de algemene vergadering vastgesteld.
SLOTBEPALINGEN
1. Het eerste boekjaar van de coöperatie eindigt eenendertig december tweeduizend zesentwintig.
2. Voor de eerste maal worden tot bestuurders van de coöperatie benoemd en treden tot lid van de coöperatie toe:
a. mevrouw @, voornoemd, in de functie van voorzitter;
b. de heer @, voornoemd, in de functie van penningmeester.
VOLMACHT
./. Van voormelde volmacht is mij, notaris, genoegzaam gebleken, en wel uit een onderhandse akte van volmacht, welke aan deze akte zal worden gehecht.
WAARVAN AKTE is verleden te Zeist op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.
De comparanten zijn mij, notaris, bekend.
De inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht.
De comparanten hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en met de inhoud daarvan in te stemmen. Onmiddellijk daarna is de akte beperkt voorgelezen en door de comparanten en mij, notaris, ondertekend.